![]() |
|
| >> |
| AOW en SVB.
DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE |
Indien u niet werkt in Nederland ’verliest’ 2% per jaar u aan AOW-opbouw. Werkt u 10 jaar in België dan wordt uw Nederlandse AOW-uitkering met 20% gekort. Bij grensarbeiders, die vóór 1980 in België gewerkt hadden, kon het voorkomen dat hun vrouw ook 2% per jaar gekort werden op haar eigen AOW-pensioen (z.g. grensarbeidersvrouwenkorting). Tengevolge van een wetswijziging resp. een recente uitspraak in de zaak Wessels-Bergervoet (EVRM d.d. 4 juni 2002) is dit niet meer toegestaan. De korting op het AOW-pensioen (inclusief de toeslag) van grensarbeidersvrouwen wordt met terugwerkende kracht tot 1-1-2002 ongedaan gemaakt.
Een
van onze leden heeft op 14 Juni 2003 een verzoek om bijstand betreffende het
SVB ingediend bij de DG ADMIN.
Onderstaand
vindt U de reactie van de Directeur-Generaal Personeelszaken en Administratie.
|
|
EUROPESE
COMMISSIE |
Brussel,
Geachte heer,
Betreft: Verzoek om bijstand uit hoofde van artikel 24
van het statuut (D/395/03)
[Op 14 Juni 2003
heeft U een verzoek om bijstand ingediend bij de DG ADMIN.]
Het verzoek houdt verband met het
feit dat gewezen ambtenaren van de Europese Gemeenschappen verplicht worden
– onder meer door het Nederlandse pensioenfonds "Sociale
Verzekeringsbank" – een bijdrage aan de Nederlandse sociale zekerheid
te betalen.
De
communautaire instellingen beschikken over de nodige vrijheid bij de keuze
van maatregelen en middelen om aan hun bijstandsplicht te voldoen. Ik heb
besloten u bijstand te verlenen in de vorm van deze brief. Uw zaak is door
de betrokken diensten – en met name door de Juridische Dienst van de
Commissie – grondig onderzocht. Onderstaand vindt u de resultaten van het
onderzoek.
Onderzocht
is met name of artikel 15 van het Protocol betreffende de voorrechten en
immuniteiten van de Europese Gemeenschappen in uw geval van toepassing is.
Krachtens dit artikel "stelt de Raad op verzoek van de Commissie met
eenparigheid van stemmen de regeling vast inzake de sociale voorzieningen,
welke op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen van
toepassing zijn".
Deze
regeling is in de eerste plaats vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom,
EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 (PB L 56 van 4 maart 1968)
tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Europese
Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere
personeelsleden.
Het
statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen voorziet onder meer
in de volgende sociale voorzieningen: een ziekteverzekering (artikel 72),
een verzekering tegen uit beroepsziekten en ongevallen voortvloeiende
risico's (artikel 73) en een pensioenregeling (artikelen 77 tot en met 84).
In bijlage VIII van het statuut wordt deze pensioenregeling nader
uitgewerkt.
Artikel
77 van het statuut bepaalt dat een ambtenaar die ten minste tien dienstjaren
heeft vervuld, recht heeft op ouderdomspensioen. Krachtens artikel 78 van
het statuut heeft een ambtenaar recht op invaliditeitspensioen, wanneer hij
blijvend invalide wordt, en deze invaliditeit als volledig wordt beschouwd,
waardoor het hem niet mogelijk is werkzaamheden te verrichten die met een
ambt van zijn loopbaan overeenkomen. Artikel 79 van het statuut
voorziet in het recht op een overlevingspensioen. Krachtens artikel 72,
lid 2, van het statuut blijven ambtenaren die tot hun 60e levensjaar in
dienst van de Gemeenschappen zijn gebleven of die invaliditeitspensioen
genieten, aangesloten bij het ziekenfonds van de Gemeenschappen. Eventueel
worden ook rechthebbenden door de ziekteverzekering gedekt.
Gepensioneerde
oud-ambtenaren van de Gemeenschappen ressorteren dus onder een specifieke,
autonome en bij een verordening van de Raad vastgestelde regeling inzake
sociale voorzieningen. De lidstaten kunnen hen bijgevolg niet verplichten om
zich bij een nationale regeling inzake sociale voorzieningen aan te sluiten
zonder artikel 15 van het Protocol betreffende de voorrechten en
immuniteiten van de Europese Gemeenschappen te overtreden.
In dit
verband zij ook gewezen op de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie
(zie bijvoorbeeld het arrest van 20 oktober 1981, Commissie/België, 137/80,
Jurispr. blz. 2393, punt 7 en 8, en het arrest van 7 mei 1987,
Commissie/Duitsland, 189/85, Jurispr. blz. 2075, punt 14), die stelt dat het
ambtenarenstatuut bij een verordening in de zin van artikel 249 van het
EG-Verdrag (het voormalige artikel 189 van het EEG‑Verdrag) is
vastgesteld en dus een algemene strekking heeft, in al zijn onderdelen
verbindend is en rechtstreeks in elke lidstaat toepasselijk is. Naast de
werking die het statuut binnen de communautaire administratie heeft, bindt
het de lidstaten dus ook voor zover hun medewerking voor de toepassing ervan
noodzakelijk is.
Uit het
voorgaande volgt dat er geen grond bestaat om gepensioneerde oud-ambtenaren
van de Gemeenschappen te verplichten zich bij een nationale regeling inzake
sociale voorzieningen aan te sluiten. Het standpunt van de "Sociale
Verzekeringsbank" mist elke grondslag.
Ik geef u
daarom de uitdrukkelijke toestemming om deze brief – die gebaseerd is op
een diepgaand onderzoek van de betrokken diensten van de Commissie en met
name van de Juridische Dienst – voor te leggen aan nationale autoriteiten
of rechtbanken in het kader van elk geschil met betrekking tot het
verplichte lidmaatschap van het Nederlandse stelsel.
Horst REICHENBACH
| This site is managed by Francis Franck. Last update : | ||